en-Stampvoeten met steunkousen

02/01/2020

93 was ze. En boos. Ze stampvoette bijna toen ik haar kamer in een revalidatiecentrum binnenliep. 'Zo had het niet moeten gaan. Ik ben al 93 jaar springlevend en weet heel goed hoe ik het hebben wil. Zo niet dus".

Na deze introductie voegde ze er milder aan toe: 'dat kun je je vast wel voorstellen. Jij loopt hier zo maar op je eigen benen binnen en kan weer weg als je dat wil. Ik zit hier vast.'  Met vast bedoelde ze ook letterlijk: vast. Met steunkousen en benen zo dik gezwachteld tegen het oedeem, dat ze letterlijk niet meer uit haar stoel kwam. Dankzij een overijverige verzorgende die meende goed te doen. Tragikomisch, is het woord dat daar geloof ik bij past. Want kortgeleden was in een multidisciplinair overleg afgesproken dat deze dame niet meer hoefde, want niet meer kon revalideren. Dat de kleine stukjes die ze wilde lopen van stoel naar bed naar toilet, net zo goed onder begeleiding konden of met rolstoel. Daar had ze al tegen geprotesteerd: wat ik nog kan, wil ik nog doen. Zonder die stomme zwachtels.

Tot voor zes weken terug had ze nooit noemenswaardige zorg nodig gehad. Woonde zelfstandig, zorgde zo goed en zo kwaad voor zichzelf en wist zich gezegend met een dochter dichtbij die haar helpen kon. Tot de bewuste dag dat ze over haar eigen voeten struikelde, viel en opgenomen moest worden. Na allerlei onderzoeken bleek haar hart niet in orde en zetten haar benen op. Overal hield ze vocht vast. 

Wat geweldig dat u zich nog zo kwaad en niet uit handen geeft wat u zo lief is

Het veto 'niet meer revalideerbaar' had ze niet willen horen. Ze verzette zich met alle vezels in haar oude lijf tegen het vonnis wat daar achter zat: 'dit was het dan.' Niet terug naar huis, niet herstellen, niet meer lopen. Wat dan? Er waren nog heel wat gesprekken nodig om langzaamaan te aanvaarden wat onvermijdelijk was. Haar boosheid deed me goed, dat zei ik haar in ons laatste gesprek: 'wat geweldig dat u zich nog kwaad maakt. Dat u niet uit handen geeft wat u zo lief is: uw eigen leven en alles wat daarbij hoort'. Verbaasd keek ze naar me; iedereen had haar inmiddels verteld dat ze moest 'berusten, aanvaarden, loslaten'.  Dan zegt zo'n snotneus van een geestelijk verzorger ineens dat die boosheid mooi is. Met diezelfde kracht heeft ze uiteindelijk ingestemd met het plan om voor de laatste tijd van leven naar het hospice te gaan. Dochter was duidelijk opgelucht: dat zal de goede plek voor moeder zijn. Tijdens ons laatste gesprek, zei ze: 'ik ga daar nog een goede tijd hebben. Lekker eten en drinken, daar hou ik van. En stukjes lopen! Met een dikke knipoog nam ze afscheid.

Een week later was ze dood. 

Ik hoop zo dat ze haar steunkousen heeft uitgeschopt en iedereen stampvoetend het nakijken heeft gegeven...