Onbedaarlijk leven

04-03-2020

Veel te jong om al te gaan. Veel te jong om op te geven. Veel te jong om geen toekomst meer te zien.

Maar oud en wijs genoeg om te zeggen: dit is geen leven meer. Ze vroeg me, elke keer als we elkaar zagen: 'Zou jij dit trekken? Ik kan niks meer'. En omdat ik haar pijn wel kon aanvoelen, maar niet zo voelen als zijzelf, antwoordde ik altijd: 'nee, ik zou het niet kunnen. Maar jij fikst het maar mooi elke dag weer. Elke dag opstaan, zin zoeken en vinden, terwijl je ook elke dag weer zegt: ik trek het niet meer.' Dan keek ze me aan met haar nietsziende blik en zei: ja, maar niet lang meer. En elke dag kon ze inderdaad nog minder dan eerst. Tot er niets anders overbleef dan de koffie en de sigaret. Op de laatste dagen ook de koffie niet meer. Ze vertrouwde me toe dat haar leven een slechte film was. Zo eentje waar je spijt van krijgt als je eenmaal je dure kaartje hebt gekocht. Maar teruggeven zat er niet in.

Lees dat maar als ik er niet meer ben

Tot ze op een dag groen licht kreeg (zo zag ze dat) om er een waardig einde aan te schrijven. Haar eigen script hield ze vast tegen zich aan, in de tas die ze altijd bij zich had. 'Lees dat maar als ik er niet meer ben.'  Toen besefte ik dat ze de mensen die ze zou achterlaten bijna ongemerkt hielp met wat je rouwvoorzorg zou kunnen noemen. Mooi woord: om de rouw die met het verlies komt te verlichten, kun je al wat voorwerk doen.

Op het moment dat ik dit schrijf, is ze er nog. En ben ik met rouwvoorzorg bezig. Om op de eeuwige vraag 'neem je dit werk ook mee naar huis?' eens volmondig 'ja' te antwoorden. Ja, ik neem de verhalen van de ontmoetingen mee naar huis als er nog iets te doen is, of iets te laten. Iets los te laten of vast te houden. Als iets is afgerond, blijft het waar het hoort: op het werk. Maar alles wat nog gevoel en gedachten waard zijn, neem ik mee. Soms onbewust en ook niet altijd, want zoals Wyslawa Szymborska al schreef over de ziel: 

                                                Zelden staat ze ons bij

                                              tijdens slopende bezigheden

als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Ze schrijft langzaam naar haar einde. En ik voel me bijna vanuit een universeel gevoel van medemenselijkheid verplicht om in haar naam een goede film af te leveren. Onbedaarlijk te leven, met hart en ziel.