Zwaar. Moedig.

03-06-2020

Hij sjouwde door de dagen

'Ik heb het overleefd! En er zijn dagen bij dat ik daar blij om ben. Maar vandaag niet. Vandaag is een kwaaie dag'. Meneer is 85 jaar oud en herstellende van een Covid-19 infectie. Van alle ons nu bekende bijwerkingen en na-pijn heeft hij met name de vermoeidheid. Zo moe. Toen ik hem bezocht op onze speciale corona-afdeling, was dat ook het eerste wat hij zei: 'ik ben zo moe. Kan de hele dag wel slapen'. Thuis, toen alles nog gewoon leek, was het leven aangenaam voortgekabbeld. Hij had jarenlang in goede harmonie met zijn vrouw samengeleefd, ze hadden de kinderen grootgebracht, kleinkinderen gekregen. Het werk zat er al jaren op. Toen zijn vrouw plotseling overleed, stortte zijn wereld in. Hij had niet gedacht zoiets, zo'n zwaar verlies ooit te boven te komen. En met de jaren ging weliswaar de scherpte van het verlies, maar door die jaren ging het ook zwaarder wegen. Met elk jaar, elke jaarring om de levensboom kwam er een stuk gewicht aan het verdriet. Daarmee had hij leren leven, althans, dat zei hij als zijn kinderen weer eens bezorgd kwamen vragen of 'het wel ging, of hij goed at en hoe ging het met slapen?'. Hij sjouwde door de dagen heen, maar was dankbaar dat hij nog een leven had. Schaken was zijn grote hobby en hij bad stiekem dat hij dat niet hoefde op te geven als alles achteruit zou gaan. Over een verzorgingshuis had hij eerlijk gezegd nooit nagedacht. 'Ja, je leeft bij de dag he, denkt dat dat jou toch niet zal overkomen'. 

Van opbeurend geel naar somber zwart

En toen, benauwdheid, paniek, ziekenhuisopname, een waas van gevoelens en gebeurtenissen. Plotseling bevond hij zich op een revalidatieafdeling. En daar kwamen ze weer: die goedbedoelende vragen: 'hoe voelt u zich vandaag?, heeft u kunnen slapen? Hoe gaat het met eten? Vriendelijke ogen, vermoeide blikken, ongerustheid boven afgescherme monden. De beschermende kleding van opbeurend geel naar somber zwart. Gelukkig de gekleurde schoenen eronder. Het enige wat hij wilde: naar huis. Naar zijn schaakbord.

Weken later. De geestelijk verzorger weer: hoe voelt u zich? U gaf de vorige keer aan dat u zo vreselijk moe was'. Ja, wat dacht ze. Dat dat voorbij was... Ja, ik heb een kwade dag. En die heb ik bijna elke dag. Ik ga op bed liggen en vat de slaap niet. Ik maak me zorgen, pieker me suf over straks, als ik naar een verzorgingshuis moet. Ik wil naar huis. Maar ik weet dat dat niet meer gaat.

Uithouden. Zitten. Wachten

We spraken over de 'emotionele boekhouding'. Als alles volgens revalidatieplan verloopt, is als het ware af te vinken wat er voor nodig is weer naar huis te gaan. Maar van binnen, gebaseerd op gevoel, ziet zo'n lijstje er heel anders uit. Staat bovenaan de lijst als grootste revalidatiedoel: moedig zijn. Daaronder: vertrouwen. En tenslotte: zin. Voorlopig valt er nog niet veel af te strepen. Is moedig vooral zwaarmoedig. Vertrouwen vooral angst. En is de zin ver te zoeken. Vanmiddag spraken we niet over zingeving, er viel niet veel zin te geven. Ook niet over levensvragen, want de antwoorden lieten zich raden. Wel over uithouden. Zitten. Wachten. Tot de kwaaie dag voorbij zou zijn.